Bouwen robots schepen?

Dat de metselaar is vervangen door een machine in een fabriekshal vinden we inmiddels heel normaal, maar schepen bouwen is nog altijd handwerk. Waar blijven de robots?

In de auto-industrie is 70 procent van al het werk uit handen genomen door slimme machines. Zelfs de woningbouw heeft het idee losgelaten dat alleen metselaars op steigers muren kunnen bouwen. Dijkstra Draisma ontwikkelde in Dokkum een fabriek die de jaarlijkse woningproductie verviervoudigt.

De werfbazen in Friesland, Groningen en Drenthe kijken lijdzaam toe. Toch kampen ze met dezelfde problemen als de bouwondernemers: ze beschikken over uitstekend personeel, maar dat leger vakmensen vergrijst wel in rap tempo. En jongeren laten zich moeilijk verleiden tot een ambachtelijke loopbaan. Voor de scheepsbouw in Noord-Nederland oogt de toekomst somber.

,,Als er niks gebeurt, dan weet ik niet of we het nog vijf jaar kunnen uithouden’’, zo verkondigde Harry Doze van het Rotterdamse onderzoeksbureau Marstrat afgelopen zondag op een bijeenkomst van het Maritime Board Groningen. De sector dreigt aan zijn eigen laksheid ten onder te gaan. Er is nauwelijks geïnvesteerd in nieuwe productiemethoden.
 

Rem op modernisering

Toen ze de grotere opdrachten voor zeeschepen naar de lage lonen-landen zagen verdwijnen, specialiseerden de werven zich in bijzondere schepen voor de offshore, het loodswezen of de overheid. ,,Onze schepen zijn in veertig jaar tijd enorm veranderd, maar we bouwen ze hier nog grotendeels met de hand’’, stelt Jules Blokhuis van Koninklijke Niestern Sander in Delfzijl.

Die rem op modernisering heeft een oorzaak, zegt directeur Tjeerd Wiebe Bijlsma van Scheepswerf Bijlsma Wartena. ,,Wy binne hiel konjunktuergefoelich.’’ Als de economie maar een beetje tegenzit, dan voelt de branche dat onmiddellijk. ,,Der is dus faak gjin jild foar sokke saken.’’

De 250 miljoen euro uit het Nesec Shipping Debt Fund moet daar verandering in brengen. Het rijk staat garant voor 200 miljoen euro, de provincie Groningen draagt 15 miljoen bij, zodat de markt nog maar 35 miljoen hoeft voor te schieten. De plannenmakers vestigen hun hoop op de Friese en Groninger reders. Hun grotendeels verouderde vloot van 285 coasters is aan vervanging toe. Hoe hengelen de scheepsbouwondernemers die opdrachten binnen?
 

Met een driewieler langs de snelweg

De Groninger gedeputeerde Patrick Brouns werkte eind vorige eeuw bij de Central Industry Group (CIG), die bouwpakketten levert aan scheepswerven. Het Groningse concern wortelt in Centraalstaal, dat in 1972 door gezamenlijke scheepsbouwers in Noord-Nederland is opgericht om de productiekosten te bedwingen. Brouns hoopt op een vervolg van Centraalstaal. ,,Onze werven opereren tegenwoordig in een nichemarkt’’, weet hij. ,,In het beste geval bouwen ze een serie van drie.’’ Dat maakt automatiseren moeilijk, denkt de provinciebestuurder. Je moet je productie immers steeds aanpassen. Brouns droomt van een nieuwe productielocatie, waar concurrenten gezamenlijk gebruik kunnen maken van robots.

Blokhuis verdiepte zich in de materie. ,,We staan met een driewieler langs de snelweg om in te voegen’’, zo schetst de productieleider van Niestern Sander de achterstand. ,,Zelfs de lagelonenlanden zijn al aan het robotiseren. Voordat je het weet hebben ze ons vierkant ingehaald.’’

Dat is allang gebeurd, zo blijkt uit het verhaal van Freek Meeske, salesmanager van Kranendonk Production Systems in Tiel. Daar begon Arie Kranendonk al in 1983 met het ontwikkelen van software voor robottechnologie. Tegenwoordig beschikt zijn bedrijf over een high-tech robotcenter. De scheepsbouw vormt een belangrijke afzetmarkt

,,Maar 99 procent van wat wij produceren, gaat naar het buitenland’’, zegt Meeske. ,,De Nederlandse industrie belijdt vooral met de mond dat ze zo vooruitstrevend is.’’ Dat er geen geld is voor de aanschaf van robots? ,,Ik zou zeggen, de kosten gaan voor de baat uit.’’
 

Invasie van robots

Een jaar geleden kondigde persbureau Bloomberg een invasie van robots aan voor ‘een van de laatste arbeidsintensieve bedrijfstakken’. De grootste scheepsbouwer ter wereld, het Zuid-Koreaanse Hyundai Heavy Industries Co. (24.400 werknemers, 27 miljard euro omzet) had juist een nieuw bouwsysteem geïntroduceerd, een volledig gerobotiseerde machine voor het verbuigen en lassen van stalen platen voor boegsecties en achterschepen.

Die innovatie levert een besparing van 10 miljard won (780 miljoen euro) op. Hyundai Heavy Industries ontwikkelt ook een schilderrobot en een volledig geautomatiseerde fabriek voor het maken van complete scheepssecties. Bij het eveneens Koreaanse Daewoo Shipbuilding (13.500 werknemers) bouwen ze sinds 2016 met behulp van een mobiele robotarm lng-tankers. Deze aanwinst, Caddy gedoopt, drukt de bouwkosten met 3,5 miljoen euro.

,,Daewoo is een goede bekende van ons’’, vertelt de salesmanager van Kranendonk. ,,Het merendeel van onze klanten zit in Azië en de VS.’’ De zaken gaan zo goed, dat de Gelderse robotbouwer uit zijn jas dreigde te knappen. Volgende week nemen ze een nieuwe, grotere productiehal in gebruik. ,,Die is nodig voor een heel groot project voor een klant uit Singapore, die vier grote systemen bij ons heeft besteld.’’

Zelf opereert Meekse vooral in China, inderdaad zo’n lage-lonenland. ,,Dat zegt toch wel wat. Ik heb voor donderdag een Chinese spreker uitgenodigd, echt een autoriteit op het gebied van scheepsbouw. Ik denk dat zijn Nederlandse collega’s echt zullen staan te kijken van wat hij te vertellen heeft.’’

Tekst: Jaap Hellinga. Bron: Leeuwarder Courant