Coronacrisis zit immigranten dwars op arbeidsmarkt

De laatste jaren vonden vluchtelingen met een verblijfsstatus steeds sneller werk, maar die trend is tijdens de coronacrisis ten einde gekomen. Dat concludeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van nieuwe gegevens.

Van de statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning ontvingen had na twee jaar zes procent een baan. Van die groep had 43 procent een baan in 2020. De statushouders uit jaargang 2017 vonden sneller werk, na twee jaar ging het daar om 12 procent werkenden. In de laatste zes maanden van de meetperiode is de arbeidsparticipatie onder statushouders gestagneerd of zelfs afgenomen. Die periode valt deels samen met het tweede kwartaal van 2020 waarin de coronacrisis toesloeg.

Die afname is te verklaren omdat statushouders vaak een minder zekere positie op de arbeidsmarkt hebben. Vaker dan gemiddeld hebben ze een contract voor bepaalde tijd of werken ze in deeltijd. Relatief veel statushouders werken bovendien in de horeca, een sector die door de coronacrisis zwaar getroffen is.

Van begin 2014 tot en met juni vorig jaar kregen 158.000 mensen een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Daarvan is het merendeel, 91.000 mensen, Syriër. Ook zijn er veel Eritreeërs die een verblijfsvergunning kregen. Sinds 2017 zijn er steeds meer Turken en Jemenieten die een verblijfsvergunning krijgen. Ook uit Iran en Irak komen nog altijd de nodige asielzoekers.