Die vervelende collega zijn we zelf

Wie kent niet de baas die nooit een compliment geeft? De collega die met jouw idee aan de haal gaat om punten te scoren bij je leidinggevende? Zelfs op kantoor blijft iedereen ook maar gewoon een mens. Roos Vonk schreef een boek over en voor de mensen op de werkvloer.

Het liefst werkt Roos Vonk alleen. Geen onnodig oponthoud door vergaderingen. Geen gezeur over wie doet wat. ,,Ik ben nogal individualistisch ingesteld. Anderen zouden dat misschien als niet-collegiaal omschrijven.” Vonk weet waarover ze het heeft. Voor haar laatste boek ‘Collega’s en andere ongemakken’ deed ze onderzoek naar de grootste ergernissen op de werkvloer. Oncollegiaal gedrag staat met stip op nummer 1.

,,Collega’s die alleen op hun eigen ambities zijn gericht en te weinig oog voor samenwerken hebben, daarvan houden wij niet.” Scoren, dat vinden we zelf uiteraard helemaal niet belangrijk. Nee, zelf hebben we oog voor onze naaste collega’s. Betweterigheid noemen werknemers het vaakst als eigenschap waaraan anderen zich bij hen kunnen ergeren. ,,Daaruit spreekt dat je een eigen mening hebt. Zelf noemen mensen altijd irritante eigenschappen die je ook nog positief kunt uitleggen.” De lezer zou het boek als een spiegel kunnen gebruiken, wil Vonk maar zeggen. ,,Het is aan de ene kant heel herkenbaar: hé, zo’n baas die gebakken lucht verkoopt of zo’n collega die alleen aardig doet om iets gedaan te krijgen, daarvan ken ik er ook een. Maar je kunt het ook op jezelf betrekken: je bent niet volmaakt, zelf doe je ook dingen waaraan collega’s zich storen. Gebruik dit om een betere versie van jezelf te worden.”

Waar je eigen partner je direct op de vingers tikt, zijn werkrelaties veel omzichtiger en oppervlakkiger. Dat zorgt ervoor dat leidinggevenden moeite hebben om goede feedback te geven. En ondergeschikten vinden het moeilijk om die tot zich te nemen. ,,Bazen draaien er omheen, omdat ze aardig gevonden willen worden. En werknemers willen hun positieve zelfbeeld beschermen. Als ze falen op een test, dan ligt dat aan de test. Je hoort nooit: ‘ik ben er te stom voor’.” 

Zelf heeft Vonk moeten leren om minder solistisch te opereren. Dat maakt haar werk beter, merkt ze. ,,Ik heb heel slimme, scherpe collega’s die goed zijn in hun vak. Overleggen levert echt wat op. En ik kan het ook niet meer allemaal in m’n eentje; de statistische methodes zijn veel complexer geworden.”

Samenwerken komt het groepsgevoel ten goede, iets waarvoor Vonk aan het begin van haar carrière weinig oog had. Het gevoel dat je met elkaar naar een gezamenlijk doel toewerkt, is misschien wel belangrijker dan de inhoud van de werkzaamheden. ,,Als je een goede relatie met een collega hebt opgebouwd, heb je helemaal geen twintig argumenten nodig om hem te overtuigen iets voor je te doen.” Een baas die dat begrijpt, doet het goed bij zijn ondergeschikten.

Sociale vaardigheden zijn vooral voor vrouwelijke leiders een aandachtspunt. Die willen hun seksegenoten nog wel eens tegenwerken. Omdat andere vrouwen hun positie in de overwegend mannelijke leiding kunnen bedreigen, zeker als ze knap zijn. Het queen bee effect. Ook Vonk is binnen de universiteit opgeklommen van medewerker tot hoogleraar. Vindt zij zichzelf een bijenkoningin? Ze lacht. ,,Ik heb altijd bijna alleen maar vrouwen aangenomen. Je hebt veel meer meisjes die psychologie studeren. Die hebben de neiging zichzelf te onderschatten. Jongens zijn vaak ambitieuzer, meer overtuigd van zichzelf. Ik werk liever met iemand met gezonde twijfel dan met iemand die zichzelf overschat.”

TOP 5 ERGERNISSEN

  1. Gebrek aan collegialiteit
  2. Domheid: collega’s die hun taak niet aankunnen
  3. Luiheid: collega’s die de kantjes er vanaf lopen
  4. Meteen in de verdediging schieten bij feedback
  5. Zeuren: collega’s die zich het slachtoffer voelen van alles waaraan ze niks kunnen doen