U bent hier

Een triagist stelt de juiste vragen

Ambitie .nl
20 maart 2019

Triagist Elske de Jong staat bij de Dokterswacht in Heerenveen mensen te woord die bellen voor hulp of advies. De triagist bepaalt aan de hand van een checklist en het stellen van de juiste vragen wat er aan de hand is en welke zorg moet worden verleend. „Je moet je kop er goed bijhouden.”

Ze schuift achter haar twee grote computerschermen en zet haar headset op. Triagiste Elske de Jong is klaar om de eerste telefoontjes van patiënten aan te nemen. Rondom haar zitten collega’s die al bezig zijn bellers te woord te staan. Het is vrijdagmiddag half zes op het TriageCenter van de Dokterswacht in Heerenveen. Elske de Jong (30) is nu zes jaar triagist. Dat beroep ontstond zo’n twintig jaar geleden, met de opkomst van de huisartsenposten. Voorheen stonden huisartsen zelf zeven dagen per week 24 uur per dag paraat. Jongere huisartsen vonden dat steeds minder aantrekkelijk. Zo ontstonden de huisartsenposten waarnaartoe patiënten in de avond-en nachturen, de weekenden en tijdens feestdagen kunnen bellen voor spoedeisende huisartsenzorg. In Friesland zijn alle ruim driehonderd huisartsen aangesloten bij de Dokterswacht, behalve die op de waddeneilanden. De term triagist is afkomstig uit het leger. Tijdens oorlogen bepaalden triagisten wie van de gewonde soldaten het eerste hulp nodig had.

De Jong begon als doktersassistent en volgde daarna een jaar lang de opleiding tot triagist. Vooral het spoedeisende karakter leek haar interessant. „Mensen bellen omdat ze niet kunnen of willen wachten tot de volgende dag. Dat maakt dit werk bijzonder. Ik vind het fijn om mensen te helpen en te kijken wat iemand nodig heeft.’’ Een triagist stelt geen diagnose, onderstreept ze. „Wij zijn geen artsen. We denken niet in diagnoses, maar in urgentie. We brengen de hulpvraag in kaart, schatten in hoe hoog de urgentie is. Als die hulp niet kan wachten tot de volgende dag zorgen wij dat iemand de juiste hulp krijgt.” Dat kan variëren van direct een ambulance sturen tot het geven van een advies over bijvoorbeeld medicijngebruik. „Soms moet iemand binnen een uur worden gezien door een arts, soms kan dat binnen vier uur, afhankelijk van de urgentie van de klacht.” Er bellen ook mensen in psychische nood. Triagisten hebben korte lijnen met de crisisdienst van de GGZ. Dat geldt ook voor de thuiszorg. „Als een ouder iemand belt omdat die gevallen is en niet meer overeind kan komen, vragen we de thuiszorg erheen te gaan.”

ABCD-VRAGEN

De belangrijkste vraag is: is er hulp nodig en zo ja welke? Een triagist stelt altijd vragen volgens een geprotocolleerd systeem van vragen, de Nederlandse Triage Standaard (NTS). Aan het begin van elk gesprek worden ABCD-vragen gesteld. Elske: „ABCD is een afkorting die staat voor air, breath, circulation en disability. Kan iemand nog ademhalen? Is hij kortademig of heeft hij een klam voorhoofd? Zweet iemand? Is iemand helder of verward? Daarna gaan we, afhankelijk van de klacht, door een vast systeem van vragen volgens de NTS.” Die vragen staan in een boek, waarin alle klachten beschreven staan. Een voorbeeld: iemand belt met hevige buikpijn. Elske de Jong: „Dat kan bij wijze van spreken variëren van een zwangerschap tot een aneurysma. Hoe hevig is de buikpijn? Soms zegt iemand: ik heb zo’n buikpijn, maar heeft die persoon nog wel net boodschappen gedaan. Open vragen stellen is belangrijk. Wat bent u aan het doen? Als iemand nog een computerspelletje speelt kan het meevallen. Of iemand belt en zegt dat hij barst van de koppijn. Ligt hij doodziek op bed? Of kan hij nog rondlopen? Is hij aan het overgeven? Kan hij zijn nek niet meer draaien? Heeft hij rode vlekjes? Of krijgt iemand plotseling hoofdpijn en kan hij niet meer recht lopen? Zo komt de zorgvraag in beeld en kun je de juiste actie in gang zetten. Sommige mensen overdrijven, anderen bagatelliseren. De een loopt krom van de pijn, maar zegt dat het nog wel meevalt. Doorvragen is om die reden erg belangrijk.” Wat moet een triagist kunnen en welke eigenschappen moet hij of zij hebben? De Jong: „Je moet besluitvaardig zijn en communicatief sterk. En je moet heel veel kennis hebben. Alle triagisten kennen de basis van de Nederlandse Triage Standaard uit hun hoofd. En natuurlijk moet je ook vriendelijk zijn.” Het is een intensief beroep met veel verantwoordelijkheden. „Je moet je kop er goed bij houden. Tijd om na een telefoontje te reflecteren, heb je niet, omdat de volgende beller zich alweer aandient.” Vrijwel altijd lukt het om binnen enkele minuten te besluiten welke zorg ingezet dient te worden. Af en toe komt het voor dat bellers zo ongerust zijn dat ze per se willen dat er een huisarts langskomt. „Je kunt dan wel zeggen: u mag het gerust nog even aankijken, maar als iemand echt ongerust is, ga ik niet met hem in discussie.” Af en toe overleggen triagisten met de regiearts, die altijd op de post aanwezig is. Dat vindt De Jong een groot voordeel. „Bij twijfel kun je direct sparren. Ook dat maakt het werk boeiend.”

HEFTIG

Niettemin kan haar vak soms heftig zijn, weet De Jong. Het komt voor dat een patiënt overlijdt, ook al is er bijvoorbeeld een ambulance heen gestuurd. „Dat is naar; want je werkt in de zorg om mensen te helpen. Maar de realiteit is ook dat niet iedereen geholpen kan worden.” Gelukkig komt het vaker voor dat het leven van een persoon wel wordt gered. „Een man die al drie dagen buikklachten had, bleek een aneurysma te hebben en werd in het ziekenhuis met spoed geopereerd. Die man was iedereen dankbaar. Vooral ook de triagist die hij belde.” Alle gesprekken die een triagist voert, worden opgenomen. Elske de Jong is auditormentor. Twee keer per jaar is er een audit: gesprekken worden beluisterd en er wordt beoordeeld of aan alle criteria is voldaan. Is de juiste conclusie getrokken? Werden de juiste triagevragen gesteld? Is er adequaat gehandeld? Elske de Jong: „Daar leer je heel veel van. Je merkt hoe belangrijk het stellen van open vragen is.” Bij elk onverwacht overlijden kijkt een aparte commissie sowieso naar hoe een gesprek is gevoerd. Er wordt nooit met een beschuldigende vinger gewezen. Het helpt om het risico op nieuwe calamiteiten te beperken. Maar sommige hulpvragen kunnen af en toe lastig in te schatten zijn.” Toch blijft het mooiste van haar beroep dat ze mensen helpt. „We hebben veel dankbare patiënten. Af en toe krijgen we een bedankbriefje. „Het gaat goed met mijn moeder. Gelukkig handelden jullie adequaat.''

Meer nieuws

Dagelijks staan vele bouwvakkers tijdens hun werkzaamheden bloot aan veel lawaai. Uit onderzoek blijkt dat één op de vijf bouwvakkers zelf...
,,Door de crisis van een aantal jaren geleden hebben veel mensen de bouwsector verlaten’’, vertelt Anne Dijkstra, docent bouwtechniek aan...
Loonwerker en timmerman, dat is de perfecte werkcombinatie voor Patrick Gaasendam (28) uit Kollum. ,,Timmeren leek me altijd wel leuk, dat...
Na tien jaar werken in een sportwinkel koos Frans Buurstra (35) uit Sint Jacobiparochie voor het timmervak. ,,Elke dag is er wat anders te...
Ze zijn amper te vervullen, vacatures van hoger personeel in de bouw. Toch lukte het Or-Quest het aantal bemiddelingen in die functies de...