‘Grenzen weg voor dienstverleners’

BRUSSEL Dienstverleners moeten veel makkelijker in andere landen aan de slag kunnen.

Dat kan door hen op één vast adres in hun eigen taal te helpen met administratieve formaliteiten en door flink te hakken in het woud van nationale beroepseisen. Brussel hoopt met deze en andere maatregelen veel meer groei en banen uit de nu al belangrijkste groeisector te halen.

De diensteneconomie is nu goed voor 70 procent van het bruto nationaal product (bnp) en 90 procent van de nieuwe banen, maar volgens Brussel kan het nog veel beter. ,,Tien jaar geleden al besloten de lidstaten de sector open te gooien, dus het is hoogtijd. Als we niks doen stagneert de boel”, aldus Industriecommissaris Bienkowska.

Eén van de obstakels zijn de volgens Brussel onnodige en verouderde beroepseisen die lidstaten stellen aan bijvoorbeeld architecten, ingenieurs, advocaten, accountants en makelaars. Lidstaten moeten in die eisen, die gelden voor 50 miljoen mensen of 22 procent van de Europese beroepsbevolking, zelf het mes zetten.

Brussel gaat op zijn beurt sneller na of nieuwe nationale dienstenvoorschriften wel sporen met de Europese regelgeving. Het openbreken van de markt loont absoluut, aldus de Europese Commissie, en niet alleen voor aanbieders. Consumenten betalen minder en krijgen meer keus, zo blijkt uit de ervaring in Italië, Polen, Portugal en Spanje die daar al wat verder in zijn gegaan. Volgens Brussel halen landen buiten Europa veel meer groei en banen uit hun dienstenmarkt.