‘Impact 250 miljoen voor goede doelen onduidelijk’

ROTTERDAM Goede doelen worden afgerekend op het aantal acties, niet op de impact

In Nederland waren de dertig rijkste families in 2015 bereid een kwart miljard euro te investeren in goede doelen, maar ze hebben te weinig oog voor aantoonbaar effect. Over de oprechtheid van hun intenties valt ook te twisten, na jarenlang geld verdienen in het bedrijfsleven.

Dat zegt directeur Karen Maas van het Impact Centre Erasmus in Rotterdam, dat onderzoekt hoe het effect van maatschappelijke activiteiten en filantropie kan worden aangetoond. Alleen al de Brenninkmeijers – de rijkste familie van Nederland en eigenaar van onder meer C&A – schonken na jaren van goed geld verdienen in de kledingindustrie in 2015 liefst 102,5 miljoen euro aan goede doelen.

De 250 miljoen die in 2015 in totaal werd overgemaakt naar goede doelen en filantropische organisaties lijkt veel geld. ,,Maar dat is lang niet voldoende om de wereldproblemen echt aan te pakken”, zegt Maas. ,,Bovendien staan deze gelden vaak niet in verhouding tot de sommen geld die deze vermogende personen hebben verdiend aan de maatschappij.”

Maas kijkt vanuit haar werk kritisch naar organisaties en stichtingen die door vermogende donateurs worden ondersteund. ,,Soms lijken ze te denken: we geven geld, dat is al goed genoeg. Maar wat gebeurt er met dat geld, en is het wel efficiënt geïnvesteerd?”

Er bestaan volgens Maas beproefde methodes om die impact te meten. ,,Die worden echter te weinig toegepast. Vaak wordt gedacht: er is ergens armoede, laten we investeren in onderwijs, want dat levert automatisch een bijdrage aan een beter leven voor de mensen daar. Maar of dat resultaat ook wordt geboekt, is vaak nog maar de vraag.”

Volgens Maas zijn er genoeg voorbeelden van projecten vol goede intenties, maar zonder effect. ,,Zo is er bijvoorbeeld een project waarbij in Afrika waterpompen worden aangelegd. Hartstikke mooi: vrouwen hoeven niet meer met waterkruiken te slepen, maar samen met hun kinderen kunnen ze een draaimolen laten draaien en komt er water uit de grond. Eerst groot succes, een sublieme uitvinding… totdat blijkt dat die molen 22 uur per dag moet draaien om voldoende water te genereren.”

,,Een van de meest jammerlijke dingen is dat goede doelen worden afgerekend op de hoeveelheid activiteiten die ze ondernemen, niet op de impact ervan”, vindt Maas. ,,Kortom: er worden steeds nieuwe waterputten geslagen, maar 500 meter verderop staat de volgende alweer te verroesten. Dat is een systeem dat negatieve effecten alleen maar versterkt.”

De organisatie van Maas werkt aan een database om filantropische initiatieven en hun eventuele successen meetbaar te maken en vast te leggen. ,,Dat willen we doen zodat niet iedereen investeert in dezelfde domme dingen”, hoopt Maas.

,,Je kunt wel wéér een educatieprogramma op een school starten, maar veel efficiënter is bijvoorbeeld om te investeren in goedkope anti-wormpilletjes. Zo kunnen veel meer kinderen naar school en gaat het rendement van die school met 50 procent omhoog.”