Nederlander wil niet in het buitenland werken

Nog maar 3 procent van de Nederlanders staat open voor een (blijvend) buitenlandavontuur, blijkt uit onderzoek van salarisverwerker ADP.

Daarmee zijn we van alle Europeanen het meest honkvast. Een derde ) van de Nederlandse werknemers zegt nooit buiten de landsgrenzen te willen werken. Een jaar geleden was dit nog 22 procent, blijkt onderzoek onder 10.000 Europese werknemers, waaronder 1300 Nederlanders.

Martijn Brandt, directeur van ADP, verklaart ‘de gegroeide verknochtheid aan Nederland’ uit de gestegen personeelsvraag. ,,Door de krapte op de arbeidsmarkt hebben mensen er meer vertrouwen in dat ze in de buurt een baan kunnen vinden”, vermoedt hij. ,,Veel mensen die in het buitenland willen werken, worden vaak gedreven door een economische prikkel. Daar waren banen die ze hier niet konden vinden.”

 

Taal als barrière

Naast de belemmeringen als ‘familie’ en ‘vrienden’ was er nog een verrassende reden waarom Nederlanders liever in eigen land blijven: 16 procent ziet de taal als barrière om naar het buitenland te vertrekken. ,,Wij worden vaak gezien als talenwonders”, zegt Brandt. ,,Dat blijkt toch niet voor iedereen te gelden.’’

Wat ook meespeelt is de loyaliteit: 37 procent blijft het liefst de rest van zijn werkzame leven bij dezelfde baas. ,,Nederlanders zijn niet zo mobiel en vinden een reis van twee uur soms al lang.”

 

‘Wel vakantie, niet werken’

Mensen die toch in het buitenland willen werken, zoeken hun heil relatief dicht bij huis. Duitsland (32 procent) en België (24 procent) zijn favoriet. Italië is onder alle Europeanen het minst populair. Brandt lacht: ,,We willen er wel graag op vakantie, maar liever niet werken.”

Brandt: ,,We zien dat zodra het economische beter gaat en de vooruitzichten beter zijn, mensen meer zekerheid zoeken. Zodra de toekomst onzekerder is, zijn mensen bereid om meer risico’s te nemen. Wat mij verbaasde is dat er ook onder de millennials weinig mobiliteit is, terwijl je misschien het tegendeel zou verwachten.”