Parttimer rukt verder op

Nederlanders werken steeds vaker in deeltijd. Van de 7,8 miljoen banen waren vorig jaar nog maar 3,6 miljoen voltijds en al 4,2 miljoen parttime.

Door Bart van Eldert

Het aantal voltijdsbanen daalt al vijf jaar, terwijl de parttimer oprukt. ,,Deeltijdwerken is een nationale hobby’’, concludeert Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De afgelopen vijf jaar steeg het aantal deeltijdbanen met 240.000, ofwel met 6 procent. Tegelijk zakte het aantal voltijdsbanen met dik 320.000 (min 8 procent), zo berekende het CBS. De crisis speelt maar deels mee als verklaring van de toename van deeltijdwerk, zegt Van Mulligen. ,,Denk aan de bouw of de industrie waar gewoon minder werk was. En we hadden de deeltijd-WW. Vooral zien we een duidelijke lange-termijntrend. De Nederlander werkt liever minder uren uit keuze, niet omdat er te weinig mogelijkheden zijn voor een volledige baan.’’

Deze duidelijke keuze ziet het CBS bij vrouwen al een jaar of acht. Zo’n 75 procent van de vrouwen werkt parttime. Tien jaar geleden maakte nog ruim 21 procent van de mannen deze keuze, nu is dat al gestegen naar 26 procent van de werkende mannen. Nederland is al jaren Europees kampioen deeltijdwerken. Verschillende andere landen kennen weinig mogelijkheden om minder dan voltijds te werken. Volgens Rob Witjes, hoofd Arbeidsmarktinformatie en -advies van het UWV, heeft de toename van parttime werken in Nederland ook te maken met de trend naar flexibel werken in diverse sectoren, denkt hij. ,,Horeca en callcenters bijvoorbeeld hebben flexibel werken als vereiste. Daar past deeltijdwerk goed in.’’

Belangrijkste verklaring blijft volgens Witjes de stijgende behoefte aan balans tussen werk en privé. ,,We zagen al dat vrouwen met de komst van kinderen niet meer stoppen, maar gewoon blijven werken. Wel willen ze dat met thuis blijven combineren. Mannen doen daar steeds meer aan mee’’, concludeert Witjes.