Slecht slapen door gepieker over wat er nog moet gebeuren op je werk

Slaap je slecht omdat je ’s nachts ligt te piekeren over alles wat er nog moet gebeuren op kantoor? Je bent niet de enige. Een op de vijf kampt met burn-outklachten.

Langzaam druppelen de mensen de vergaderruimte in en je staat te wachten totdat je kunt beginnen met je presentatie. Je merkt je zweethanden op als je iemand een hand geeft, je hart gaat tekeer en je mond wordt droger. Kortom, je bent gestrest. Niets aan de hand, stress geeft volgens hoogleraar neurowetenschappen Marian Joëls zelfs kleur aan het leven. Maar gebeurt het te vaak en kun je niet goed uitrusten, dan slaat het door. Je lijdt dan aan verhoogde werkstress, beroepsziekte nummer één.

Burn-outklachten

Eén miljoen Nederlanders hebben last van burn-outklachten en 21 procent van de Amsterdammers, blijkt uit onderzoek van kennisinstituut TNO. Door het onderwerp van gesprek te maken, zouden werkstress en burn-outklachten eerder gesignaleerd kunnen worden.

“Bij stress worden twee systemen geactiveerd,” legt Joëls, ook verbonden aan het UMC Utrecht Hersencentrum, uit. “Als eerste komt adrenaline los. Het zorgt ervoor dat je snel de omgeving kunt scannen en dat je een oplossing kunt vinden. Als je bijvoorbeeld de weg oversteekt en er scheurt een auto langs, dan zorgt dit ervoor dat je in die korte tijd nog je been kunt wegtrekken.”

Cortisol

Dan komt een tweede hormoon vrij, cortisol. Hierdoor schiet je reactie op de adrenaline niet door en kun je het langetermijnperspectief in de gaten houden. Je bent alerter op je werk en je onthoudt wat er is gebeurd. “Maar dit is wel een soort tijdelijke noodsituatie. Gebeurt het te veel, dan raakt je lichaam gewend aan de reactie en uitgeput. Je verliest de controle, de normaliserende fase verdwijnt, de balans is weg. Dit kan leiden tot een grotere kwetsbaarheid, een depressie of paniekaanvallen.”

Dertigers

Vroege dertigers zitten in een risicogroep, zegt Seth van den Bossche, TNO-onderzoeker, zeker als je kijkt naar de toekomst. “Dit is de groep die langer door zal moeten werken en het werk is mentaal zwaarder dan vroeger.” De alleenstaanden binnen deze groep lopen nog eens verhoogd risico. “Mogelijk omdat zij de stress niet kunnen delen met een partner en omdat de carrièretijgers in deze groep zitten.” In Amsterdam had in 2014 zeventien procent in de leeftijdsgroep 25-35 jaar in Amsterdam last van burn-outklachten, landelijk was dat veertien procent.

“Het is het moment in je loopbaan dat je je moet bewijzen, het kaf wordt van het koren gescheiden, er wordt veel van iemand geëist en er is een reëel risico dat je het niet gaat halen,” zegt Joëls over de risicogroep. “Support vanuit het werk en privé is dan heel belangrijk, dat sociale netwerk zorgt ervoor dat je gedachten niet in rondjes blijven draaien. Het delen van de ervaring heeft een sussende werking, hier geldt gedeelde smart is halve smart.”

Dit zou ook verklaren waarom jonge ouders minder risico lopen. Kinderen zouden de werkstress relativeren en de partner is er om mee te praten.

Meer stress

Stress is van alle tijden, toch is het een groter probleem dan tien jaar geleden, zegt Michiel Kompier, hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de Radboud Universiteit. Het werk is veel intensiever geworden: “Alles kan en alles moet snel, er wordt instant communicatie verwacht.”

Tegelijk is het werk extensiever: “Werkdagen zijn langer, veel overwerken is gebruikelijker geworden.” Ook emotioneel is de belasting groter: “Meer mensen werken met klanten, patiënten, leerlingen. Dat vraagt mentaal veel.”

Tot slot is op veel plekken de administratieve last hoog. “Je moet overal duidelijk maken wat je doet en hoe goed je dat doet. Overal zijn prestatie-indicatoren voor, hoeveel artikelen heb je gepubliceerd, hoeveel proefschriften heb je begeleid?”

Reactie op stress

Joëls: “De reactie van het lichaam op stress is hetzelfde als 2000 of 150 jaar geleden, een beer die achter je aan rent activeert hetzelfde systeem als een belangrijke presentatie. Ontstond het toen door slechte voeding of kou, nu is de aanleiding meer psychisch. We zijn uit op presteren, minder winst is verlies, er is zo veel keuze tegenwoordig, de 24 uursmaatschappij vraagt continu aandacht. Het tempo ligt hoog en er is een overvloed aan informatie te verwerken. Een mens van nu staat onder druk.”

Neuropsychiater Theo Compernolle, auteur van Ontketen je brein, wijst op de gevaren van die overvloed aan informatie: “Door de prachtige technologie van nu, zoals smartphones, tablets, e-mail, heeft iedereen het gevoel continu verbonden te moeten zijn. Ook op het werk. Dat komt enerzijds van binnenuit, maar ook managers vragen dit soms van werknemers. Maar ze beseffen vaak niet wat voor een negatieve invloed dit heeft op de productiviteit.”

Multitasken

“Het gevolg van al dit multitasken is dat we onszelf voortdurend laten onderbreken door binnenkomende e-mails, whatsapps en telefoontjes. Ons denkend brein, dat maar met één ding tegelijk goed kan bezig zijn, kan daar slecht mee omgaan. Je maakt het jezelf zo heel moeilijk. Je verliest kostbare energie en tijd en dat levert weer stress op. Je springt steeds heen en weer tussen je werkgeheugen en het langewerkgeheugen, je tijdelijke geheugen en je langetermijngeheugen. Je tijdelijke geheugen werkt bovendien volgens het principe first in, first out. Het zit snel vol en dan gaat informatie verloren. Ons brein zit fantastisch in elkaar, maar op de manier waarop we nu omgaan met de technologie, is het ook heel inefficiënt.”

Hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie Michiel Kompier: “Stress is op zich niet erg, maar er niet van herstellen wel. Het is dus onverstandig om tijdens je vakantie niet los te komen van je werk door voortdurend nog je werkmail te checken op je telefoon of laptop. Het belangrijkste is dat tijd- en werkdruk, de mate van autonomie en de sociale relaties op het werk in orde zijn. Uitgangspunt is dat je zelf de specialist over je werkomstandigheden bent. Vraag jezelf dus af: is mijn werk goed georganiseerd? Moet ik het anders verdelen, heb ik een training of cursus nodig? Praat er dan over met collega’s en leidinggevenden en wacht daar niet te lang mee. Stel grenzen aan je eigen inzetbaarheid en hou het overwerken in de gaten. Leg ook af en toe je telefoon weg, je kunt thuis ook even niet bereikbaar zijn. En zorg voor goede afleiding, zoals een hobby of sport. Dat maakt je weerbaarder tegen stress.”

Werkdagblokken

Neuropsychiater Theo Compernolle: “Het geheim zit hem in het maken van werkdagblokken. Eentje voor het denkwerk, dat blok moet je te allen tijde beschermen en interrupties uitschakelen, zodat je ongestoord met je intellect bezig kunt zijn. Maak ook een apart blok voor het beantwoorden en checken van je berichten. Het is misschien moeilijk om van je telefoon af te blijven, maar meer dan vier keer per dag je mail checken is echt niet nodig. Dan blijft er nog een blok over voor de rotklusjes en ten slotte moet je ook privé ophouden voortdurend verbonden te zijn.”

Kompier: “Het in de gaten houden en verminderen van de werkstress is primair de taak van de werkgever. Het is zelfs wettelijk de taak van werkgever om de risico’s op te sporen en er wat aan te doen.”

“Een werkgever moet zich afvragen of de gestelde normen wel haalbaar zijn en of het werk slim is georganiseerd. Is er voldoende capaciteit, hoe is de balans tussen werk en rusttijd? Willen we niet alles tegelijk? Aandacht voor werkstress en de gezondheid van het personeel moet niet iets extra’s zijn, maar onderdeel van de normale bedrijfsvoering. Daarnaast is het belangrijk dat overwerken niet gecultiveerd wordt binnen het bedrijf. Af en toe lange dagen maken is niet erg, maar gemiddeld zestig uur per week werken is niet goed voor je gezondheid.”

Burn-out

Toen ik klein was, zag je het al, ik wilde op elk gebied de Champions League spelen en ik ben perfectionistisch. Als ik niet oppas blijf ik gewoon doorwerken.” Benno Brink werkte als chef-kok bij een Amsterdams restaurant toen hij op zijn 35ste een burn-out kreeg.

“Op een ochtend onderweg naar werk werd ik misselijk, ik ging zweten en stond te trillen op mijn benen. Het duurde twintig minuten voordat ik me ziek durfde te melden uit angst dat collega’s zouden zeggen: stel je niet aan.”

De fysieke reactie op tijdenlang werkstress was het moment dat Brink zich realiseerde dat hij wel eens een burn-out kon hebben. Hij is nooit meer terug geweest naar zijn oude werkplek. “Ik durfde de telefoon niet meer op te nemen uit schaamte en lag dagen, naar alle waarschijnlijkheid depressief, op de bank.” Na vier maanden kwam het bericht dat zijn contract niet werd verlengd. “Dat voelde alsof er een last van mijn schouders viel, dat ik niet meer naar die plek terug hoefde.” Hij praat er nog steeds niet graag over. “In de keuken heerst een machocultuur en ik dacht zelf ook altijd: als je het niet aankunt, ben je een watje en niet geschikt voor dit werk. Dit had ik zelf ook nooit zien aankomen.”

“Ik maakte dagen van achttien uur en het werk was voor mijn gevoel nog niet af. Ik was voortdurend aan het piekeren en aan het bedenken of bepaalde dingen wel goed waren gegaan, of alles wel geregeld was. Ik maakte me echt om alles druk en had het gevoel dat er steeds meer op mijn bord kwam in een korter tijdsbestek. Ik kon me niet meer concentreren, dus ik deed ook overal dubbel zo lang over.”

“Ik had het gevoel dat ik faalde in een tijd waarin getalenteerde koks in de rij stonden voor zo’n baan. De druk werd steeds hoger. Ik werd bang voor wat mensen gingen zeggen, omdat ik in mijn eigen hoofd al had bedacht dat het negatief was.”

“Achteraf gezien had ik het aan kunnen zien komen. Niet mentaal, want dat merk je niet zo snel, maar wel lichamelijk. Er zeurde van alles, dat had een teken moeten zijn. Maar ja, je ziet het bij anderen altijd beter dan bij jezelf.”

Sparren

Inmiddels is Brink alweer drie jaar aan het werk bij Hotel Pulitzer. “We hebben het langzaam opgebouwd. Niet als het aan mij had gelegen hoor, ze moesten me in het begin echt naar huis sturen ’s avonds. Ik kreeg er weer zin, kocht kookboeken, ging weer naar boeren.”

“Het gaat heel goed. Ik werk in een team waarin ik met de jongens kan sparren, ik heb dat heel erg nodig. Het verschil zit hem in de kleine dingen. Mensen kennen elkaar hier, ze komen langs om een praatje te maken en tonen interesse. Het is een beetje jammer dat er een burn-out voor nodig was om erachter te komen wat níet goed is.”

bron: Gezondheid&co