‘Vast contract in Nederland te vast’

AMSTERDAM Het is geen toeval dat de Nederlandse arbeidsmarkt de meest flexibele van Europa is, stelt Bas ter Weel, directeur van SEO Economisch Onderzoek.

Nergens anders in Europa is de kloof tussen vast en flex zo groot als in Nederland, constateert Bas ter Weel. Hij baseert dit op onderzoek van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO).

Onderzoekers gingen per land na hoe ‘gemakkelijk’ het is om af te komen van een vaste kracht, op basis van vijf indicatoren: procedurele belemmeringen, opzegtermijn, ontslagvergoeding, bescherming en collectief ontslag.

Nederland scoort extreem hoog op bescherming van vaste banen. Het slechte nieuws is: als het gaat om bescherming van flexibele arbeid, scoren we vrij laag. Het ene kunnen we niet los zien van het andere, meent Ter Weel. ,,De vlucht naar allerlei vormen van flex is een logische. Onze arbeidsmarkt kent zo veel flexibele contractvormen, omdat het aan de achterkant potdicht zit. Vast is in Nederland extreem vast.”

Wat is daarvan het probleem? Volgens de SEO-directeur begint het ermee dat de vaste krachten nu álle bescherming genieten en de flexwerkers veel minder worden beschermd. ,,De mensen met alle bescherming zijn veelal de hoogopgeleiden die sowieso al de meeste werkzekerheid hebben.”

Ter Weel ziet nog een probleem: ‘insiders’ voelen weinig tot geen prikkel om zich te blijven ontwikkelen en dat maakt ze kwetsbaar op de lange termijn. De ‘outsiders’ zijn net zo goed kwetsbaar, maar hen ontbreekt het aan middelen om in zichzelf te investeren.

Het is een somber beeld van de insiders en outsiders op de arbeidsmarkt. Maar is die situatie sinds het verschijnen van het onderzoek van OESO twee jaar geleden niet verbeterd? Nee, zegt Ter Weel resoluut. De invoering van de Wet Werk en Zekerheid ten spijt. ,,De WWZ trekt de bescherming van flex iets op, maar flex en vast komen nauwelijks nader tot elkaar omdat er niets wezenlijks is veranderd aan vastigheid.”

Werkgevers zijn zo voorzichtig geworden, omdat het lastig is om afscheid te nemen van de ‘oude’ vaste krachten. Als ze al mensen aannemen, dan voldoen die aan het ideale plaatje: vaak zijn dit de hoogopgeleiden. Het gevolg daarvan is dat de werkgevers werken om de WWZ heen.

De opmars van ontslag met wederzijds goedvinden ziet Ter Weel als belangrijke aanwijzing. Een andere verklaring is volgens hem de verdere stijging van het aantal mensen met een nulurencontract, de payrollconstructies en de zzp’ers.

Is het verschil niet te verklaren door economische omstandigheden of technologische vernieuwingen? ,,Nee”, zegt Ter Weel. ,,Dan zouden ook in andere landen veel meer mensen in flexcontracten zitten en dat blijkt niet uit die OESO-cijfers. Ik kan geen andere reden bedenken dan dat vast in Nederland te vast is.”

Ter Weel stelt een regeling voor, zoals ze die in Denemarken kennen. Daar genieten werkenden een relatief hoge bescherming, niet zozeer op het gebied van baanzekerheid als wel op het vlak van werkzekerheid. ,,Vast of flex, daar is helemaal geen discussie over. Ze hebben daar veel meer eenvormige contracten.”

Verliest iemand zijn baan, dan is er een goed vangnet. De werkende krijgt een relatief hoge uitkering om inkomensverlies op te vangen. Bovendien heeft zijn oud-werkgever een inspanningsverplichting om hem aan een andere baan te helpen. Mocht er geen werk te vinden zijn, dan moet de werkende zich laten omscholen.

Komen er nieuwe en vaste banen als we de Denen achternagaan? Ter Weel: ,,Als je vast minder vast maakt, komen vaste krachten in beweging. Dat zorgt voor een betere match tussen werkgevers en werknemers, wat goed is voor het productievermogen van de economie.”