Veel flexkrachten verloren baan in eerste coronajaar

Veel flexkrachten hebben afgelopen jaar hun baan verloren als gevolg van de coronacrisis. Daarentegen waren er eind 2020 iets meer vaste krachten aan de slag dan een jaar eerder. Ook het aantal zelfstandigen steeg, al is het aantal uren dat zij werkten wel afgenomen.

Een en ander komt naar voren uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Over de gehele linie telde het statistiekbureau eind vorig jaar 38.000 mensen minder met betaald werk dan eind 2019. Deze daling komt uitsluitend voor rekening van flexibele werknemers, van wie het aantal met 177.000 afnam.

Het aantal mensen tot 25 jaar met werk lag eind vorig jaar eveneens lager dan voor de coronacrisis. Jongeren zijn, bijvoorbeeld met een bijbaan naast hun studie, relatief vaak werkzaam in de horeca. En juist die sector is hard getroffen door de crisis. In de oudere leeftijdsgroepen is het aantal mensen met betaald werk wel toegenomen of ligt dit al weer bijna op hetzelfde niveau als voor de crisis.

In de statistieken zijn ook duidelijke verschillen te zien tussen beroepsgroepen. In de horeca, onderdeel van de dienstverlenende beroepen, nam de werkgelegenheid duidelijk af. Denk aan kelners, barpersoneel of keukenhulpen. Elders kwamen er juist meer banen bij. Van bedrijfskundigen, organisatieadviseurs, transportplanners en logistiek medewerkers waren er bijvoorbeeld veel meer aan het werk vergeleken met een jaar eerder.

Het aantal zelfstandigen is in 2020 weliswaar gegroeid, het aantal uren dat ze werkten is gedaald. Dat was vooral te merken tijdens de eerste lockdown in april. Zij werkten toen gemiddeld negen uur per week minder dan in april 2019. Ter vergelijking: werknemers werkten destijds gemiddeld drie uur per week minder.

Ondanks alles lijkt de schade voor de arbeidsmarkt eigenlijk nog mee te vallen, constateerden kenners eerder al. Dit komt door de steunmaatregelen van de overheid, waardoor veel bedrijven geholpen worden bij het doorbetalen van hun personeel. Mogelijk krijgt de Nederlandse arbeidsmarkt later nog flinke klappen als de overheidssteun wordt afgebouwd.