Verdienen mooie mensen meer?

Verdienen mooie mensen meer? Wordt je productiever van groen naast je bureau? Zelfkritiek na een beroerde arbeidsdag? Je eigen collega’s raten? Irene van den Berg en Bart van Eldert – experts van de werkvloer – nemen ons mee naar kantoor.

 

Beautybonus

De cijfers zijn alvast lelijk. Als je langer bent, gaat je salaris mee omhoog. Elke extra 2,5 centimeter in lengte wordt beloond met 1,8 tot 2,2 procent meer loon, suggereert onderzoek in Engeland en Amerika. Amerikaanse blanke vrouwen die zo’n 30 kilo aankomen, moeten het daarentegen met 9 procent minder loon doen.

Lange, slanke mensen met een leuk koppie, daar hoort een leuker salaris bij. Zo kan een mooi mens een 5 procent hoger uurloon krijgen dan de trol aan het belendende bureau. Werkgevers zijn dol op mooie mensen. Soms vanwege het vooroordeel dat ze productiever zijn dan grijze muizen. Soms omdat de manager liever knapperds om zich heen heeft. En soms omdat het beroep (verkoper) het zou vereisen.

De beauty’s en de beasts zelf gaan ook op hun uiterlijk af. Zo werden Amerikaanse rechtenstudenten vijf en vijftien jaar na hun afstuderen bekeken. Advocaten die het bedrijfsleven voor de overheid verruilden, bleken minder aantrekkelijk dan zij die in de sector bleven. En advocaten die vanuit de overheid overstapten naar de privésector, waren veel meer de leukerdjes dan de achterblijvers.

Mooie mensen beginnen met een voorsprong. Al op school krijgen ze meer aandacht van de leraren. Ze doen vaker de extraatjes als sport en clubs, met glanzende cv’tjes en dito zelfvertrouwen als gevolg. En leukere lonen. Dat willen we allemaal. Kunnen we ons naar een hogere loonschaal botoxen? Cijfers laten een gestage groei van de schoonheidsindustrie zien. We doen ons best met botox en fillers.

Maar ook de markt voor plastische chirurgie groeit. Bovenaan staat de oogcorrectie. Neuscorrecties zijn ook populair. Groeihormonen worden al aangeraden als de kleine laag scoort op de groeicurve. En dan geven we nog miljoenen uit aan cosmetica en kleding.Het grootste probleem van de economische wet: je krijgt pas een beautybonus als je meer bent dan aantrekkelijk.

Om de vergelijking met ander vlees door te trekken: de meesten gaan met een ingreep van ‘raw’ naar ‘medium’ – weinigen zien er echter zo smakelijk uit als ‘well done’. Net als die aap met een gouden ring, word je niet zomaar een lekker ding.

 

Groene kracht

In een kantoor vol planten zijn werknemers productiever en creatiever. Wat is het geheim van deze groene oerkracht?

Onderzoekers die een kantoor vergroenden en daarna maandenlang bleven meten, dachten dat de productiviteit met wel 15 procent omhoog was gegaan. Medewerkers vinden de luchtkwaliteit beter, voelen de concentratie toenemen en zijn meer tevredener met hun werkplek.

Ander onderzoek vergeleek verpleegkundigen die in kunstlicht werken met collega’s die hun werk doen in daglicht en met een mooi uitzicht. De wetenschappers noteerden een lagere bloeddruk. Patiënten kregen verplegers met een beter humeur aan hun bed. En er werd zelfs meetbaar meer gelachen.

Groen werken is in. Er is de mobiele overdekte werkplek, zodat je met een kampeerkantoortje de paden op en de lanen in kunt. Andere bedrijfjes bieden groene werklocaties aan. Bijvoorbeeld in de – altijd vintage – caravan op een paardenweide of op een landgoed waar je in de pauze even een wolvarken kunt aaien. En natuurlijk de flexplek in het bos. Werkgevers die vrezen dat daar vooral de kaboutertjes het werk moeten doen, worden steevast gewezen op onderzoeken over meer creativiteit en superproductiviteit.

Maar wat meten de wetenschappers eigenlijk? Het gaat vaak om onderzoek waarbij de boekhouder zelf aanvinkt of hij zich beter voelt functioneren. Het gaat niet om onderzoek waarbij diezelfde boekhouder de 15 procent hogere productiviteit in keiharde euro’s in de kwartaalcijfers knalt. Groen is een gevoelskwestie. Maar daarom niet onbelangrijk.

Onbedoeld toont dit praktijkvoorbeeld aan waar het om draait. Natuurlijk helpen planten, daglicht en leuk uitzicht. Alleen al door het kijken naar natuurplaatjes voelen we ons beter, weten we uit onderzoek.

Maar belangrijker is de grote stapel bewijs over het onderwerp betrokkenheid. Als we zelf invloed hebben op de werkomgeving, raken we beter thuis op het werk. We zijn positiever over onze baan, we identificeren ons meer met het bedrijf – ons bedrijf – en raken extra gemotiveerd. Goede managers betrekken daarom hun personeel bij elke wijziging, bijvoorbeeld in het kantoordesign of de beplanting. Want werknemers die zichzelf kunnen verpotten, bloeien op.

Ondertussen ontspoort soms de groene kantoorrevolutie. Ik ken een organisatie waar daglicht en planten nog dapper standhouden. Maar de metershoge waterval is na klachten uitgezet. De werknemers zaten zowat met de vingerplant in de oren. Ze werden doodmoe van het geruis.

 

Koester Jaap

Iedereen heeft op zijn werk wel een Jaap. Jaap loopt er de kantjes vanaf. Tot de baas binnenkomt; dan is hij plots druk aan het bellen. Jaap is het bij vergaderingen altijd eens met de baas en laat dat luid en duidelijk merken. Ook lacht hij het hardst om zijn grappen, zelfs de superflauwe. Jaap heet soms Frank, Marjolein, Mustafa of nog anders. Maar altijd geldt: hoe geliefder Jaap is bij de baas, des te gehater bij zijn collega’s.

Herkenbaar? Hoe geweldig zou het zijn als jíj Jaap eens mocht beoordelen. Kwaliteit van het werk: dikke onvoldoende. Vermogen om samen te werken: nog beroerder. Wellicht mag het binnenkort. Want er is een nieuwe trend op de werkvloer: je collega’s raten. Bij PwC en advocatenkantoor Baker McKenzie weegt de feedback van collega’s sinds kort mee bij promoties en salarissen. Het idee is dat collega’s vaak meer zien dan de manager vanuit zijn ivoren toren. Bovendien is een baas ook maar een mens, met zijn eigen stokpaardjes en voorkeuren. Het is dus eerlijker als je door meerdere collega’s wordt beoordeeld.

Allemaal waar. Toch hoop ik niet dat de trend doorzet. Ik vrees dat die beoordelingen een wig drijven tussen collega’s. Terwijl maatjes op je werk ontzettend belangrijk zijn, zo blijkt keer op keer uit onderzoek. Een dertiende maand is leuk, net als een dikke leaseauto en voldoende doorgroeimogelijkheden. Maar alleen fijne collega’s zorgen ervoor dat we écht fluitend naar ons werk gaan. Psycholoog en neurowetenschapper Matthew Lieberman stelt zelfs dat een vriend op de werkvloer ons net zo gelukkig maakt als een opslag van 100.000 dollar.

Het zou zonde zijn als die beoordelingen collega-vriendschappen verstoren. Eerlijkheid is belangrijk in een vriendschap, maar je kunt ook té eerlijk zijn. Ik vrees dat ik niet veel vriendinnen overhoud als ik ze ieder kwartaal een schriftelijke beoordeling toestuur. Cadeau voor mijn verjaardag: kan origineler. Weekendje weg samen: was gezellig, maar je had het wel erg veel over je zieke vader. Ook collega-vriendinnen zitten niet op zoveel eerlijkheid te wachten, vrees ik.

Collega’s waar we het niet zo goed mee kunnen vinden, moeten we trouwens ook koesteren. Je kunt Jaap een dodelijke beoordeling geven, maar een potje roddelen lucht net zo goed op. En lekker klessebessen bij het koffieapparaat is nog nuttig ook. Roddelen versterkt de groepseenheid en kan steun bieden. Mijn advies: geniet van collega-vriendschappen, en laat Jaap lekker het probleem zijn van de baas.

 

Stop met zelfkritiek

Stel, een kind komt thuis met een verknald wiskundeproefwerk. Veel ouders zeggen dan geruststellende dingen als ‘je kunt het best’ en ‘zullen we even kijken hoe ik je kan helpen?’ Stel, je komt thuis met een verknalde kantoordag. Veel werknemers zeggen dan verontrustende dingen tegen zichzelf als ‘ik ben niet goed genoeg’.

We gunnen dat kind het gevoel van een warm bad. Maar te vaak geven we onszelf een koude douche van nutteloze zelfkritiek. Uit de psychologie weten we dat inzoomen op negatieve gedachten je problemen niet oplost. Hooguit kom je in een spiraal omlaag terecht en dat leidt tot stress.

Waarom steunen we onszelf niet net zo als we anderen steunen? Het kan echt en heet in de wetenschap zelfcompassie. En dit mededogen met jezelf is beslist niet voor watjes. Kijk maar naar onderzoek naar de mentale gezondheid van Amerikaanse veteranen uit Irak en Afghanistan. Soldaten die van nature waren gewapend met zelfcompassie, gingen na het slagveld niet ook nog eens met zichzelf in gevecht. Deze militairen stapten thuis gemakkelijker het gewone leven in. De onderzoekers vonden nog iets bijzonders. Zelfcompassie bleek een betere voorspeller voor het al dan niet ontwikkelen van oorlogstrauma’s dan de mate waarin de soldaat aan oorlog was blootgesteld.

Andere onderzoekers keken naar eerstejaarsstudenten. Die hadden het als groentje zwaar. Voor het eerst weg van huis, geen vertrouwde vriendengroep meer en na de prima schoolcijfers bleek de universiteit toch vaak even doorbijten. De studenten leerden werken en leven met zelfcompassie en voelden zich daarna minder gestrest en zelfstandiger. Ook waren ze optimistischer en meer betrokken bij hun studie. Zo bekeken heb je met zelfcompassie altijd een loopbaancoach in je hoofd zitten.

Zelfcompassie is je persoonlijke emotionele veerkracht. Onderzoekers herkennen het als een goede manier om jezelf gerust te kunnen stellen na een nare ervaring. Zonder weg te glijden in zelfmedelijden – ,,ik stond voor paal in de meeting’’ – want zelfmedelijden is meehuilen met jezelf. Het lucht even op, maar je wordt er geen betere werknemer van.

Zelfcompassie is bedoeld om het negatieve eerlijk te onderkennen. En om dat vervolgens om te zetten in actie. Even goed bij jezelf voelen en kijken hoe het beter kan. Pas door zacht te zijn voor jezelf, kun je keihard de beste worden.