Verpleegkundigen intensive care: kritiek ongefundeerd

Werken op een intensive care is interessant en uitdagend, maar door een combinatie van factoren ook zwaar. ,,Je moet uit het juiste hout gesneden zijn om hier te werken’’, zeggen Linda Gils (29) en Bart Hanenburg (46).

Door personeelstekorten liepen de wachttijden voor patiënten dit jaar hoog op in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Dagblad van het Noorden schreef dat veel hoogopgeleid personeel alle UMC’s verlaat en dat dit niet alleen door de hoge werkdruk komt, maar ook doordat de complexe zorg aan ouderen soms meer op verpleeghuiszorg lijkt. Dat was tegen het zere been van ic-verpleegkundigen Linda Gils en Bart Hanenburg.

,,Het werk is drukker en zwaarder geworden en er zijn vrij veel collega’s vertrokken naar ambulancediensten, omdat daar door de nieuwe aanrijtijdenwet meer personeel nodig was. Maar de suggestie dat het hier lijkt op verpleeghuiszorg, daar herkennen wij ons totaal niet in’’, zeggen ze. ,,Werken op de intensive care is niet te vergelijken met het werk in een verpleeghuis.’’

Zorg ingewikkelder geworden

Linda Gils (29) werkt alweer tien jaar als verpleegkundige. Ze heeft mbo- en hbo-verpleegkunde gedaan, waarna ze werkte in ziekenhuizen in Assen en Zwolle. Op haar 22ste begon ze aan de ic-opleiding, die achttien maanden duurde. Bart Hanenburg (46) begon zijn carrière in verpleeghuizen, werd daarna verpleegkundige in het UMCG en begon in 2012 tegelijk met Linda aan de ic-opleiding.

De afgelopen vijf jaar is op de intensive care van het UMCG de zorg steeds ingewikkelder geworden. ,,We gebruiken meer apparatuur, monitoring, machines. Daardoor kunnen we complexere zorg leveren, die niet in elk ziekenhuis in Nederland mogelijk is.’’ Dat het werk zwaarder is geworden, komt mede doordat er meer oudere patiënten zijn met meerdere ziektes en zorgproblemen tegelijk.

Ajax binnen de zorg

Dat in 2018 vrij veel collega’s van de ic’s vertrokken, heeft volgens hen te maken met het tekort aan hoogopgeleide verpleegkundigen. ,,Vergelijk ons met Ajax. Er worden hier veel mensen opgeleid. Die blijven niet allemaal hier; je kunt overal aan het werk. Daarom is het logisch dat een deel verder kijkt.’’

De meeste collega’s gingen naar de ambulancediensten. ,,Ze hadden in korte tijd veel extra personeel nodig en hebben veel aan werving gedaan. De roosters bij de ambulances zijn wat prettiger dan die bij de ic in het UMCG, vindt een deel van het personeel. Ook dat verklaart de populariteit.’’

De hiërarchie op de ic is ook niet altijd fijn. ,,Dat is in algemene ziekenhuizen wel anders. Daar zijn kortere lijnen. Hier zit een laag tussen de afdelingshoofden en de mensen op de werkvloer. Daar moet je mee om kunnen gaan. Hier heb je soms ook nog een groot verschil tussen de hoogleraar en de verpleegkundigen. Dat heeft te maken met de cultuur op de universiteit. Coassistenten, die daarvoor nog als medisch student in de collegebanken zaten, praten op een andere manier over de hoogleraar dan wij, die al jaren op gelijke hoogte met die mensen werken.’’

Dan was er nog de samenvoeging van twee ic-afdelingen, die onrust veroorzaakte. ,,Daardoor werd het team veel groter. Zoals bij elke samenvoeging kost het tijd om aan elkaar te wennen en op elkaar ingespeeld te raken. De samenvoeging betekende een andere werkcultuur erbij. Er kwamen meer chronische patiënten.’’

Het werk met chronische patiënten is juist interessant, vinden ze. Denk aan hematologie-patiënten die een bloedtransfusie of beenmergtransplantatie hebben gehad. Of longtransplantatiepatiënten. ,,Het voorkomen, herkennen en behandelen van falen van inwendige orgaansystemen kost heel veel tijd.’’

Uit het juiste hout gesneden

Op de ic speelt geregeld de vraag over hoever je nog kunt gaan met de zorg. ,,We kunnen hier zó veel, we kunnen bijna iedereen in leven houden. Maar moet je dat wel altijd willen? Met onze medische techniek loop je ook tegen de grens van de ethiek aan.’’ Ze zijn daarom geregeld betrokken bij het zogeheten moreel beraad. Een van de vragen die de artsen en verpleegkundigen daar bespreken, is of doorbehandelen nog wel zin heeft. Daar gaan de artsen niet alleen over. ,,Wij zien de patiënt dagelijks, wij merken hoe iemand ervoor staat.’’

Ze houden in het UMCG veel data bij voor onderzoek. ,,Er wordt hier óveral onderzoek naar gedaan.’’ Er zijn veel trials, waarin nieuwe soorten behandelingen worden onderzocht. ,,Je blijft je hier verbazen over patiënten. Er was hier pas een patiënt na een longtransplantatie. Die zei: film alles maar. Alles om jullie meer te laten leren.’’

Daarnaast is er de begeleiding van jongeren in opleiding. ,,Dat is prettig, want er komen dus meer jonge collega’s bij. Maar het is ook extra werk, al die begeleiding. Daardoor kom je minder toe aan het werk zelf.’’

Die combinatie van factoren maakt het volgens Bart en Linda zwaar, maar ook interessant en uitdagend. ,,Je moet uit het juiste hout gesneden zijn om hier te werken.’’

Tekst: Arend van Wijngaarden

Uit: Dagblad van het Noorden, 11 januari 2019