‘Volgens mijn dna kan het nog een stuk beter’

ROTTERDAM Je dna laten uitpluizen om beter te worden op je werk. Het is de nieuwste trend in loopbaanontwikkeling. Bart van Eldert liet zijn genetische monster onderzoeken.

Ik sta in een dna-kit te spugen omdat ik beter wil worden in mijn werk. Om de paar minuten kijk ik even of het buisje al vol is. Vooraf mocht ik een halfuur lang niet eten, drinken of kauwgum kauwen. Ze zijn streng in het Leidse laboratorium waar mijn speeksel straks heen gaat. Daar bekijken ze, onder strikte geheimhouding, mijn genen. Die onthullen wie ik op mijn werk ben.

Mijn genetische analyse ligt een paar weken later bij het Rotterdamse bedrijf BrainCompass. Hier doen ze iets nieuws op de Nederlandse markt voor loopbaanontwikkeling. Ze brengen dna, onze kleinste bouwsteentjes, naar de werkvloer. Zo volgen ze de jongste inzichten van wetenschappelijk onderzoek naar de relatie tussen biologie en baan.

Wouter van den Berg, zelf gepromoveerd op dit thema, komt net als collega Loek Worm van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het tweetal is enkele jaren geleden het bedrijf begonnen voor klanten die voor 825 euro willen weten wie ze zijn en hoe dat hun loopbaan beïnvloedt.

Gewapend met deze kennis laten klanten zich begeleiden om beter te worden als topverkoper, manager of directeur. Professioneel succesvol zijn vanuit je biologische kracht, heet dat. Vandaag ben ik aan de beurt. De in rood plastic gesealde envelop met de uitslag komt op tafel. Ik krijg een examengevoel.

De mensen van BrainCompass hebben een klein deel van mijn menselijke code onderzocht. Via het lab zagen ze wat diverse genen ons vertellen over de manier waarop regulerende stofjes het gedrag sturen. Maar ze hebben niet alleen in mijn speeksel gekeken, maar ook in mijn hoofd. Want dna is niet de allesbepalende blauwdruk waaruit blijkt wie ik ben.

Vooral is dna het startschot van de wedstrijd die mijn leven heet. Met wat pap en mam mij 51 jaar geleden aan erfelijk materiaal hebben meegegeven. Uitgebreide psychologische vragenlijsten maken samen met de biologie mijn persoonlijke puzzel compleet.

Zo bekijken we mijn puzzelstukje serotonine. Mijn variant van dit hormonale stofje laat aanleg voor een gevoelig emotioneel systeem zien. Gaat het goed, dan ben ik écht enthousiast. Baal ik, dan baal ik stevig. Aldus mijn genetisch materiaal.

Doe mij een dichtregel of een goed gesprek en ik geef mijn dna gelijk. Maar in elke situatie een heftiger reactie op emotionele prikkels? Hier laat BrainCompass zien dat ik meer ben dan biologie. Opvoeding en ontwikkeling leerden mij hard te zijn, ik kan stevig redeneren en schaam me niet voor fouten. Mijn ouders hebben mij in hun veilige opvoeding meer robuustheid geschonken dan ze mij genetisch konden meegeven. Een slechtere jeugd had mij gevoelig en onzeker kunnen maken. Dan stond ik met mijn genen erbij nu al op 2-0 achter op het werk.

Nu ligt het COMTG-gen op tafel. Die bewaakt in mijn brein de balans tussen denken en doen. Mijn variant verraadt dat ik weinig behoefte heb aan voorspelbaarheid en structuur. Ik ben biologisch beschermd tegen stress en problemen oplossen gaat soepel. Ik schakel makkelijk.

Een mooi bezit, maar wel eentje met een valkuil. Als veel vanzelf gaat, kan dit talent je lui maken en haal je er niet alles uit. Nog een meenemertje naar het werk: dragers van deze genetische variant kunnen soms impulsief of ‘doorduwend’ overkomen, met onnodige weerstand als gevolg. Soms hè.

Het gen dat aan de basis ligt van oxytocine, vaak knuffelhormoon genoemd, onthult iets over mijn emotionele behoeftes. Mijn variant zegt dat ik nuchter en resultaatgericht ben. Babyshowers en verjaardagen van de collegaatjes, die zijn genetisch niet helemaal meegekomen.

Ik blijk volgens de psychologische tests verrassend vaker te kiezen voor een goede band met anderen dan mijn biologische basis aangeeft. Ik werk graag samen en kies ervoor me met veel anderen verbonden te voelen, heet het. Complexe zaken kan ik goed aan en ik zie met gemak het perspectief van anderen. Dat noteren we gretig.

Maar de echte meenemer naar het werk is volgens BrainCompass de achterkant van deze medaille. Met een vermoedelijk bovengemiddelde geheugenkracht en enthousiasme voor kennis en creativiteit heet die achterkant ongeduld. Dat is soms even afzien – voor de collega’s – als het feitenvretende professortje in mij opduikt, met alweer een boekje en een onderzoekje. Ontwikkelpuntje dus.

Dit ben ik tot in mijn genen, in een rapport van 36 pagina’s en een buisje spuug. Mijn biologie, bepaald en bijgestuurd door mijn ouders. Aangevuld met mijn ontwikkeling richting volwassenheid en levenservaringen. Een evenwichtig en herkenbaar profiel, met goede kanten en nuttige vingerwijzingen voor verbeterpuntjes. Zoals dat hoort bij zelfonderzoek en loopbaanontwikkeling.

Ben ik echt overal evenwichtig? Eén aanleg is extreem. Van nature vind ik nieuwe dingen snel interessant. Mijn brein vertaalt alles snel naar informatie waar ik wat aan heb. Mijn dopaminesysteem wordt zo snel geprikkeld. En dopamine is een soort motivatiestofje dat actief wordt als we iets prettig vinden. Onbewust beloon ik mijn aangeboren nieuwsgierigheid graag met een dopamineshot. Zelfs al moet ik daarvoor mijn eigen genetische monster onder ogen zien.