Vrijwillig werken betekent gelukkig niet altijd zwoegen voor nop. de 5 misverstanden.

Bijna de helft van de Nederlanders doet vrijwilligerswerk. Vrijwillig werken betekent gelukkig niet altijd zwoegen voor nop. Vijf misverstanden over de vergoedingen van vrijwilligers.

Misverstand 1
Iedere vrijwilliger heeft recht op een onkostenvergoeding Dat zou mooi zijn, maar helaas zijn organisaties niet verplicht een onkosten- en/of vrijwilligersvergoeding te geven. Wel hanteren de meeste het principe dat vrijwilligers zelf geen kosten voor het vrijwilligerswerk hoeven te maken. Sommige organisaties vergoeden alleen onkosten, zoals het treinkaartje. Andere betalen een vast bedrag per keer dat je komt werken. Of ze vergoeden helemaal niets.

Ontvang je een uurtarief? Let er dan op dat dit niet meer dan 4,50 euro per uur voor volwassen en maximaal 2,50 euro per uur voor jongeren tot 23 jaar bedraagt. Boven deze grenzen (inclusief de onkosten) is geen sprake meer van vrijwilligerswerk en word je aangeslagen voor de inkomstenbelasting.

Misverstand 2
Elke aangeboden vrijwilligersbaan is vrijwilligerswerk Je bent alleen vrijwilliger als je werkt voor organisaties die niet zijn onderworpen aan vennootschapsbelasting (of daarvan zijn vrijgesteld) en dus geen winstoogmerk hebben. Dat zijn bijvoorbeeld sportverenigingen en stichtingen, of Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s), zoals goede doelen, welzijnsorganisaties en culturele instellingen.

Misverstand 3
Het maakt de fiscus niet uit hoeveel onkostenvergoeding ik ontvang
De overheid heeft bepaald dat een onkostenvergoeding van maximaal 150 euro per maand onbelast is, tot een maximum van 1500 euro per jaar per vrijwilliger. Binnen dit maximum van 1500 euro valt de eerder genoemde vrijwilligersvergoeding van maximaal 4,50 euro per uur voor volwassenen en 2,50 euro voor jongeren tot 23 jaar. Maar ook de (inkomsten van) vergoeding voor eventueel ander vrijwilligerswerk, treinkaartjes,gereden kilometers en bijvoorbeeld een lunch die je krijgt aangeboden en die is terug te vinden in de financiële administratie van de organisatie waarvoor je werkt. Kom je boven deze grens uit? ,,Dan moet je het gehele bedrag aan onkostenvergoedingen met bonnen kunnen aantonen, dus ook de eerste 1500 euro’’, zegt Simone Timmer van Vrijwilligers Centrale Amsterdam. ,,Als dat lukt, is er ook niets aan de hand. Je hoeft geen belasting te betalen over de vergoeding. Maar wie zijn administratie niet op orde heeft, loopt het risico sociale lasten te moeten afdragen.” Ronald Hetem van de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk vult aan: ,,Houd er ook rekening mee dat je boven de 1500-eurogrens aangifte moet doen. Dat kan heel eenvoudig via het IB-formulier onder het kopje overige inkomsten.’’

Misverstand 4
Als ik vrijwilligerswerk doe, word ik gekort op mijn bijstandsuitkering Wie goed oplet, hoeft zich daarover geen zorgen te maken. Je wordt niet gekort als de vergoeding voor vrijwilligerswerk maximaal 95 euro per maand tot 764 euro per jaar bedraagt. Beslist de gemeente dat het vrijwilligerswerk toetreding tot de arbeidsmarkt bevordert? Dan mag je zelfs een vrijwilligersvergoeding van maximaal 150 euro per maand tot 1500 euro per jaar ontvangen. Je moet wel altijd toestemming vragen aan de gemeente om vrijwilligerswerk te mogen doen.

Werknemers die naast hun betaalde baan vrijwilligerswerk doen en vervolgens werkloos worden, kunnen hiermee zonder consequenties doorgaan. Als je je vanwege je werkloosheid actiever gaat inzetten als vrijwilliger, zal het UWV wel toetsen of daadwerkelijk sprake is van vrijwilligerswerk. Het mag het vinden van een echte baan bovendien niet hinderen. Houd ook rekening met de maximale vrijwilligersvergoeding van 1500 euro per jaar. Voor mensen met de uitkering WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) of IVA (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten) gelden dezelfde maxima.

Misverstand 5
Een onkostenvergoeding mag je niet weigeren
Dat kan wel. Het kan interessant zijn om af te zien van de vrijwilligersvergoeding van een (culturele) ANBI, en die dus feitelijk te doneren, als je de organisatie een warm hart toedraagt. ANBI-vrijwilligers die een vaste vergoeding ontvangen, kunnen deze weigeren en als gift aftrekken. Dat kunnen zij ook doen met nietgedeclareerde onkosten, zoals reis-, porto- en kantoorartikelenkosten die, aldus de Belastingdienst: ‘volgens maatschappelijke opvattingen vergoed moeten worden’.