Zelfstandige of werknemer: wat is precies het verschil?

De Wet DBA (Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) moest voor duidelijkheid zorgen wanneer iemand als zelfstandige of als werknemer moest worden gezien. Dit was belangrijk omdat werknemers recht hebben op ontslagbescherming en loon bij ziekte. Tevens heeft het gevolgen als het afdragen van loonbelasting en sociale premies. Maar uit de praktijk blijkt dat deze wet vooral voor onduidelijkheid en discussie heeft gezorgd. Daarom staat de wet voorlopig weer in de ijskast. Hoe nu verder?

Wanneer is sprake van een opdrachtovereenkomst?

Partijen kunnen met elkaar afspreken een opdrachtovereenkomst aan te gaan. Toch kan dan later geoordeeld worden dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dit kan onder meer komen door:

– de medewerker altijd zelf het werk moet verrichten;
– hij daarvoor loon ontvangt;
– en in een gezagsverhouding tot de organisatie staat.

Met name het laatste punt is van belang. Een zelfstandige moet namelijk zelf kunnen bepalen hoe het werk wordt verricht. Naast de bepalingen in de opdrachtovereenkomst, is het voor de toets relevant hoe de partijen hun afspraken in de praktijk uitvoeren. De fiscus beslist uiteindelijk hoe de relatie moet worden gezien

Uitstel handhaving Wet DBA

In de praktijk bestaat de behoefte om vooraf duidelijkheid te krijgen en niet met dergelijke claims te worden geconfronteerd. Voorheen verschafte de ‘VAR-verklaring’ deze duidelijkheid. Sinds 1 mei 2016 was echter de Wet DBA van kracht. De Belastingdienst heeft zelf diverse modelovereenkomsten opgesteld. Neem je een aantal vastgestelde bepalingen uit de overeenkomst op, bevat de overeenkomst geen tegenstrijdige bepalingen en handelen de partijen hier ook naar, dan wordt aangenomen dat er sprake is van een opdrachtrelatie. Ook is het mogelijk om eigen overeenkomsten ter beoordeling aan de Belastingdienst voor te leggen.

Maar de Wet DBA heeft voor veel onduidelijkheid gezorgd. Dagelijks verschijnen er wel berichten met klachten. Op 18 november 2016 heeft Staatssecretaris Wiebes van Financiën daarom aangekondigd dat de wet niet wordt gehandhaafd tot minimaal 1 januari 2018.  Hoewel het systeem in de praktijk dus niet goed blijkt te werken en er hard wordt nagedacht over aanpassingen, is het aan te bevelen vooralsnog met de modelovereenkomsten te blijven werken. Houd daarbij de media scherp in de gaten.

Tips voor de praktijk in de overgangsperiode:

– Zorg voor een goede opdrachtovereenkomst, die voldoet aan de bepalingen van de modelovereenkomst van de Belastingdienst en/ of leg de overeenkomst aan de Belastingdienst voor ter goedkeuring;

– Doe ook een eigen toets: zorg dat in de overeenkomst geen ‘arbeidsovereenkomst-achtige’ bepalingen zijn opgenomen, zoals vakantiedagen, loon bij ziekte of een concurrentiebeding;

– Zorg dat partijen in de praktijk handelen conform de gemaakte afspraken en evalueer regelmatig of dit nog steeds het geval is; beperk de omvang en de duur van de overeenkomst;

– En houd de berichten over aanpassingen, die relevant kunnen zijn voor lopende en nieuwe opdrachtovereenkomsten, in de gaten.

Bron: MT.nl