Zorgen over behoud baan nemen af

Het aantal Nederlanders dat dat zich zorgen maakt over het behoud van hun baan neemt af. Dat blijkt uit onderzoek van van onderzoeksbureau TNO en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Afgelopen jaar was nog bijna een kwart (24 procent) van de 15- tot 65-jarigen in loondienst bezorgd over het houden van hun werk. In 2013 ging het nog om 34 procent. Dat was het hoogste niveau sinds het begin van de economische crisis. Sindsdien is de angst en onzekerheid jaarlijks afgenomen. Het stressniveau ligt nog wel aanzienlijk hoger dan voor de crisis. In 2007 maakte nog 16 procent van de werknemers zich zorgen.

Vooral in zorgsector en in de bouw is de onzekerheid van mensen over hun arbeidsplek de laatste jaren sterk gedaald. Dit soort zorgen hangen volgens de onderzoekers doorgaans samen met grote veranderingen in bedrijven, zoals inkrimpingen en reorganisaties. De laatste jaren hebben over de gehele linie minder werknemers hiermee te maken gekregen, wat de afname van de zorgen verklaart.

Binnen financiële instellingen komen zorgen over het baanbehoud momenteel nog het meeste voor. Bij banken en verzekeraars wordt momenteel ook nog altijd flink gereorganiseerd, in verband met de digitalisering van veel financiële diensten. Bedrijfstakken waarin werknemers zich juist relatief weinig zorgen maken, zijn de landbouw, de horeca en het onderwijs.

Verder constateren TNO en het CBS dat bij jongeren in het algemeen de minste zorgen leven over het behoud van hun baan. Ook werknemers die zich gezond voelen, maken zich relatief weinig zorgen. De baanonzekerheid is met 42 procent daarentegen het hoogst onder 45-tot 55-jarigen die hun gezondheid als minder goed beoordelen.